DE IJSELMEERKRUISER



Na de economische crisis die in 1929 begon, werd voor de bouw van nieuwe jachten steeds minder geld uitgegeven. Bovendien gold een belastingmaatregel die ongunstig uitpakte voor schepen die meer dan 16 vierkante meter zeil voerden. Deze twee feiten vormden de belangrijkste reden voor het ontstaan van een nieuw type zeiljachtje dat bekend zou worden als 'IJselmeerkruiser'. Zelfs de naam was nieuw. Na het sluiten van de Afsluitdijk in mei 1932 veranderde immers de naam van de voormalige Zuiderzee in IJsselmeer. Over de juiste spelling bestond kennelijk nog geen duidelijkheid: IJselmeerkruiser werd altijd met n -s- geschreven. Men voorspelde dat het ontstaan van het IJsselmeer de watersport een enorme impuls zou geven. Overigens blijkt uit de meeste commentaren uit die tijd dat men het zeiljacht eigenlijk wel iets te licht vond om daadwerkelijk het IJsselmeer te bezeilen. Dit gold zeker voor het eerste model dat een lengte had van 6.88 meter.

Scheepsarchitect Henri Willem de Voogt (1892-1963) en de scheepsbouwers van de in Aalsmeer gevestigde werf "De Vlijt", de twee broers Henk (1897-1995) en Joh. de Vries (1899-1988) stonden aan de wieg van het nieuwe ontwerp. Men probeerde van de nood een deugd te maken en een scheepje te bouwen dat veel watersporters zou aantrekken. Professor Ir. D.N. Dietz, eigenaar van het in 1938 bij "De Vlijt" gebouwde zeiljacht "Friso", schreef jaren later: 'De Voogt en de gebroeders De Vries staken de koppen bij elkaar om toch iets aardigs te maken tegen een betaalbare prijs'.

Zo ontstonden in het voorjaar van 1932 een kajuit zeiljachtje met 16 m en een bijna gelijk ontwerp met 33 m zeil. De scheepjes konden trouwens ook in open uitvoering besteld worden. De afmetingen van het 16 m bootje waren als volgt: lengte 6.80 o.a. meter, breedte 2 meter, diepgang 0.90 meter. De romp werd meestal gemaakt van mahoniehout. Wat vorm betreft was de romp van het sharpie- of knikspantmodel, gemaakt met een sterke eiken kimbalk die afgerond was, waardoor een sierlijk effect werd verkregen. De kim volgt vrijwel de waterlijn en vormt precies de afscheiding tussen het blank gelakte bovenwaterschip en het met huidverf geschilderde onderwater gedeelte. Hierdoor was het bijna niet zichtbaar dat de romp het sharpie-model heeft. Ook de fraaie gebogen voorsteven werkte hieraan mee. Als tuig werd voor een gematigd torentuig gekozen. In de jaren dertig hield de kajuitsopbouw van veel jachten nog op achter de mast. Bij de IJselmeerkruiser liet De Voogt de opbouw wl doorlopen tot voor de mast en eindigde vloeiend als hoofd van het vooronderluik. De mast steekt dus dwars door de kajuitopbouw heen, de opbouw werd op deze plaats extra versterkt. Het smalle, hoge torentuig maakte een vaste achterstag mogelijk, waardoor de mast beter gesteund werd dan vaak bij soortgelijke scheepjes het geval was. De loden ballastkiel woog 400 kg. Het kajuitje was klein, maar keurig afgewerkt. Behalve de twee slaapbanken werden er ook een paar kastjes ingebouwd, terwijl het vooronder veel ruimte bood voor de persoonlijke- en scheepsinventaris. De standaardprijs voor een open IJselmeerkruiser bedroeg in 1933 fl. 1000,00. Voor de uitvoering met kajuit moest fl. 1265,00 betaald worden.

De eerste IJselmeerkruiser , "Zwerver" gedoopt, werd in juni 1932 afgeleverd aan ir. H.C. Holgen uit Heemstede. Kort daarna bleek duidelijk dat dit type zeiljacht in een behoefte voorzag. Op "De Vlijt" moet het in de volgende jaren wel een soort 'lopende band' hebben geleken, alleen al in de maand april 1933 werden er bijvoorbeeld 8 IJselmeer-kruisers afgeleverd. In het jaar 1933 zijn er meer dan 30 gebouwd.

In latere jaren ontstonden een paar grotere varianten op het oorspronkelijke 6.88 meter lange model. Er kwam onder meer een type van 8.70 meter lang met 33 m zeil. Later gevolgd door een rondspantmodel met een lengte van 7.50 meter en een zeiloppervlak van 25 m.

Volgens de bouwlijst van de werf zijn er van 1932 tot 1942 ongeveer 50 IJselmeerkruisers op de werf in Aalsmeer gebouwd. Waarschijnlijk varen verschillende van deze zeilscheepjes nog ergens rond.

Ook in het boek "Klassieke Scherpe jachten in Nederland", uitgegeven in 1994, worden enige IJselmeerkruisers genoemd. En daarvan is de "Scyth", gebouwd in 1935 onder bouwnummer 239. Dit schip voerde oorspronkelijk 25 m zeil en heeft een lengte van 7.50 meter. In tegenstelling tot de kleinere modellen met een zeiloppervlakte van 16 m, hadden deze IJselmeerkruisers een rondspant model.

Huib de Vries
Mei 1999

Bronnen:

Archief De Vries Scheepsbouw Aalsmeer.
"De Zeilsport", H.C.A. van Kampen, ca 1934. Uitg. Van Kampen, Amsterdam.
"Het Zeilen", Ed Hartog, 1934. Uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam.
"Scherp Gesneden", 1987. Uitg. Ver. Klassieke Scherpe Jachten. Vijfde jaargang, nummer 2. Artikel van prof. Ir. D.N. Dietz.
"Klassieke Scherpe Jachten in Nederland", A. Kalsma en R. Valent, 1994. Uitg. Van Wijnen, Franeker.
De Waterkampioen, verschillende jaargangen.

De Vries Scheepsbouw, Aalsmeer, 1999

Terug

Terug naar Werven