Kuip voor Omala


door Joost de Ruig

Na 70 jaar was mijn Omala toe aan een nieuwe kuip. Enkele delen waren ooit al vervangen, maar het merendeel was om meerdere plaatsen verrot. Met instappen moest er de afgelopen jaren al rekening worden gehouden met deze kwetsbare plekken en dus werd het tijd voor herstel. De bakskisten links- en rechtsvoor waren er het slechts aan toe. Dit had zo zijn oorzaken. Aan stuurboord zit al decennia lang een zinken watertank van 60 liter. Het koude zink, dat zijn temperatuur kreeg van het koude tankwater, condenseerde er behoorlijk op los. Dit veroorzaakte een bijna permanent vochtige bakskist met de houtrot als gevolg. Niet alleen de bakskist ging het begeven, maar ook de vijf spantjes die hier achterlangs lopen waren allen gebroken of verrot. Hierdoor ging de teakhouten romp terplekke lekken, want de gangen hadden niet meer het nodige verband met elkaar en dus kon het hout uitzetten wat het wilde zonder zijn dichtende taak te vervullen. De bakboordse bakskist, was er net zo slecht aan toe, hoewel hier de spantjes het nog niet begeven hebben. Ooit had de bouwer watergootjes onder de zittingen gemaakt die langs de zijnaden en het pianoscharnier het water af moest voeren naar de kuip. Deze zijn een voor een in de loop der jaren afgebroken en nimmer vervangen. Dit was dus een andere reden van het overtollige vocht in de bakskisten.

Goed, na het slopen van de kuip, bleek ook het kajuitschot en nog 10 andere spantjes rijp om gepromoveerd te worden tot tuinaarde. Ach, nu alles toch zo lekker open was, maakte dat het vervangen van de spantjes een stuk gemakkelijker, dus werden er een stuk of wat meer de stoompijp ingegooid. Spantjes vervangen bleek niet moeilijk, maar je moet wel doorwerken en goed voorbereiden. De in circa 15 minuten heetgestoomde spantjes zijn vervolgens circa één tot anderhalve minuut buigzaam en moeten binnen die tijd hun toekomstige vorm hebben aangenomen voordat ze breken. Belangrijk is het essenhout waarvoor ik gekozen had, goed met de nerf mee te zagen en stukken met noesten en warrelige nerven te mijden. De kopse einden werden licht afgeschuind, waardoor ze onder de weegring (een stevige houten lat die met de kopse spanteinden en de romp een drie-eenheid vormt) pasten. Vervolgens worden de hete spantjes met twee stempeltjes tegen een vooraf gemonteerde steunbalk tegen de romp gedrukt. Nu is het eerste deel van de klus geklaard en kan de volgende spant worden gebogen. Hierna is de vorige spant voldoende afgekoeld om gemonteerd te worden. Hiervoor zijn drie opties: schroeven, nagelen of bouten. Schroeven lijkt mij niet de sterkste optie, koperen klinknagels zijn duur (45 cent per stuk!) en vragen weer een geheel eigen techniek en dus heb ik gekozen voor boutjes, moertjes en ringetjes. Dit vraagt net als klinknagels om twee paar handen. Eerst boort de een van binnen uit, dwars door het spant en de romp een pijlgaatje, daarna boort de ander een propgaatje, waarna het boutgaatje geboord kan worden. Boutje erdoor, ringetjes er overheen, moertje erop, schroeven aan de buitenzijde en tegenhouden aan de binnenzijde en dat 220 keer. En leuk klusje dat eindigt met de boorgaten met proppen te vullen. Hiervoor kreeg ik een goede tip: boor de proppen netjes in een lijn met een kolomboor en zaag aan alle kanten het overtollige hout eraf. Hou aan de onderzijde circa 2 mm hout onder de doppen over en met een soort proppenstrips tik je één voor één de proppen netjes in de gaten. Bij de eerste hamertik breekt het propje van de strip en je hoeft ook nooit te zoeken naar de nerfrichting. Als je de strip immers paralel houd aan de nerf zit deze altijd goed. Besluit de hele actie met het afflexen van de boutjes, die in mijn geval allemaal circa 1 cm te lang waren.

Nu de spantjes in anderhalve dag klaar waren, werd het tijd om aan de kuip te beginnen. Wederom bleek wat een matig timmerman ik toch ben. Wie niet handig is moet handig worden, dus met behulp van mijn 13de maand en een ijverige timmerman, kwam ik toch een heel eind. Martin ter Hofstede, een bevriende scheepstimmerman die ik ken als schipper van de Butsekop, het startschip van de Vereniging Klassieke Scherpe Jachten, verhuurd zichzelf al jaren voor een redelijk tarief aan iedereen met een gebrek aan tijd, zin of timmervermogen. Hij had vooraf de nodige mahonie gekocht bij een fijnhouthandel en het ontbrekende hout kocht ik bij de plaatselijke scheepstimmerwerf. Martin toverde in één week een nieuwe kuip met kajuitschot uit zijn twee rechterhanden, waarbij ik vooraf alle delen die in aanmerking kwamen voor hergebruik had kaalgehaald. Drie van de vier zittingen en twee van de vier vlonders bleken nog prima bruibaar te zijn, waardoor de kuip toch nog authentiek aandoet. De vier oude bakskisten hadden alle vier een andere afmeting. Waarom de bouwer of de opdrachtgever hiertoe ooit besloten had, zal ik wel nooit achterkomen. Ik heb er echter voor gekozen om de kuip een symmetrische vorm te geven.

Inmiddels ben ik twee weken verder en hoewel alles drie keer in de lak staat (polygrond van Sikkens, goed spul!), ben ik nog lang niet klaar. De deurtjes en deksel moeten na het aflakken weer herenigd worden met hun pianoscharnieren en de bakskisten moeten nog voorzien worden van nieuwe vlonders. Het wasbakje met aanrecht moet worden teruggeplaatst en de nodige lijstjes moeten worden vervangen, maar het meeste timmerwerk zit erop. Voordat mijn oude dame weer te water mag worden moet wel eerste de romp worden gelakt, het dek en dak geschilderd en de onderzijde in de antifouling worden gezet. Maar hier komt mijn wilskracht en klusvermogen om de hoek. Nog één openstaande naad moet tenslotte worden dichtgemaakt voor de tewaterlating. Tip: leg de cikaflex een half uurtje in warm water. Hierdoor vloeit de kit prachtig in de smalste kiertjes. Volgend jaar een nieuw dek!



Terug